Kunst kan alle kanten op. Sinds 100 jaar geleden althans. Toen braken
kubisme, dada, de Stijl en vele andere stromingen dijken door en
schiepen nieuwe zeeën van mogelijkheden. Van die revolutionaire
richtingen bleef de abstracte kunst tot op heden overeind. Sterker
nog, vele kunstenaars vinden vandaag de dag telkens weer nieuwe
mogelijkheden voor verdere nuancering en verdieping van wat
aanvankelijk een sprong in het diepe en volstrekt onbekende was.
Een sprong die door tallozen niet werd begrepen, en ook
tegenwoordig nog voor velen een vreemde weg lijkt. Tal van
kunstenaars en het grote publiek bleven trouw aan realisme en aan
het verhaal – een richting met eigen waardes. Daarnaast echter
ontkiemde het zaad dat, na experimenten van Cézanne en kubisten,
door de Stijl en vroege constructivisten werd gezaaid.
NUL-bewegingen en minimal art, en tal van zelfstandige kunstenaars
die nergens bij hoorden, zochten verder naar wat beeldende kunst in
wezen is. Gezocht werd naar de fundamenten van pure kunst, waarin
kleuren, vlakken, lijnen, en de compositie daarvan, voldoende zouden
moeten zijn wanneer oog, hand, ratio en gevoel optimaal weten
samen te werken. Kunst voor de ogen, die net als
niet-programmatische muziek direct op de zintuigen inwerkt, en
zonder omwegen onze ziel wil raken. Dat dit onderzoek nog lang niet
afgerond is, en telkens nieuwe, boeiende vergezichten kan
opleveren, blijkt uit de kunst van de zes exposanten die van
17 februari tot en met 12 maart hun werken tonen bij
Rob de Vries Gallery&Projects.