Een wit paard

Ik zie, ik zie, wat jij niet ziet en het is groen. Dat spelletje spelen we nog weleens als wij met de kleinkinderen onderweg zijn van A naar B. Vervolgens zoek je naar vormen in de omgeving die daarvoor in aanmerking kunnen komen.  Als je het raadt, heb je een geluksgevoel: jij bent aan de beurt om een ander voorwerp uit je omgeving te kiezen.

Soms kun je raden tot je een ons weegt en dat betekent opgeven. Dit spelletje kan zich eindeloos herhalen. Het lijkt nooit te vervelen en heeft iets van je richten op,  je verplaatsen in het denken van de ander. Je kijkt naar de bewegingen van het hoofd en de ogen van degene die de kleur noemt om vervolgens de omgeving af te ‘tasten’. Je probeert te ontdekken welk object deze op het oog heeft en zo te zien wat de ander ziet.

Ik ben op zoek naar meer informatie over Adam Colton. Ik ken zijn naam al uit de catalogus van de Contourtentoonstelling (1985) in het Prinsenhof in Delft. Een beeldhouwer die relevant wordt geacht wat betreft vernieuwingen in de kunst.

De naam van Jos van Merendonk duikt op. Aan onze muur hangen twee mooie doeken van hem. De groene lijnen die hij over het witte linnen trekt, nodigen je telkens weer uit zijn bewegingen en zijn denken te volgen. Zijn ze wat ze zijn? Lijnen louter gebaseerd op het patroon van een slinger,een ovaal en een Z? Maar waarom word je dan op zijn site meegenomen door de taal waarmee hij zijn werk doordesemt?

Hoe zit dat met het werk van Adam Colton? De getekende lijnen van Adam Colton zijn anders dan die van Jos van Merendonk. Ik begrijp dat ze een voorbode zijn van ruimtelijk werk. Ze gedragen zich tegenstrijdig in het gebied tussen vlak en ruimte. In de catalogus van Het Bonnefantenmuseum uit 1990 schrijft Riet de Leeuw dat als je ruimte samendrukt en die vervolgens uitrekt, je uiteindelijk een lijn krijgt. Adam Colton spreekt van een platte ruimte. Als ik de litho uit 1985 bekijk die ik sinds kort in huis heb, word ik langzaam gewaar wat hij bedoelt.

Ik zie, ik zie, wat jij niet ziet en het is wit met onderbroken, fragiele potloodlijnen. De lijnen lopen evenwijdig en zorgen voor een oneindige diepte net zoals in het werk van Piranesi. Ze zorgen voor een zichtbare structuur, maar laten tegelijk een binnenruimte zien. Vorm en inhoud lijken samen te vloeien. Barbara Hepworth heeft de binnenruimte van sculpturen geopend, maar ze blijft voor mij op afstand. Adam Colton gaat verder. Hij komt je tegemoet en brengt je door zijn werk tot nadenken over hoe je kijkt, wat er belangrijk is in het leven en hoe je werkelijkheid en binnenwereld met elkaar kunt verbinden.

‘Zittend op een boot, op een rivier, in een dal, zie je tussen de steile rotsen boven je een wit paard over de kloof springen en dan is het verdwenen. Het waarom is je niet duidelijk. Het enige zekere is dat je heel even het paard zag en dat veranderde je manier van denken….. ‘(naar een Chinese fabel uit het boek Ai Weiwei van Barnaby Martin)

Ik zie, ik zie, wat jij niet ziet. Het is universeel wit en beheerst de veelheid  door stil in het moment te zijn.

door Pim Burger

Posted in Spotlight